Geschiedenis Strijp en Lievendaal

Strijp en omgeving

Bodemvondsten hebben aangetoond dat de geschiedenis van Strijp rondom het St.-Trudoplein teruggaat tot de Bronstijd en zelfs de Midden Steentijd.

Van de middeleeuwse geschiedenis van Strijp is nauwelijks iets bekend. Er bestaat er een afgebakende woonkern in de omgeving van het huidige St.-Trudoplein. De driehoekige vorm wijst op een Frankisch akkerdorp. In de directe nabijheid van de nederzetting kwamen akkers voor. Maar voor het overige bestond Strijpse landschap voornamelijk uit uitgestrekte heidevelden met vennen, kleine natuurlijke bosjes en stuifduinen.

Pas in 1303 werd Strijp vermeld als Stripe in een oorkonde van Hertog Jan II van Brabant. In 2001 heeft men opgravingen verricht op de plaats van de oude dorpskern, en daarbij zijn onder meer zogenaamde boomstamputten gevonden, die uit de 8e eeuw dateren. Ook vond men scherven die uit de 6e eeuw dateren. Van continue bewoning zal geen sprake zijn geweest, daar geen vondsten van het tijdvak 900-1225 werden aangetroffen. Nog oudere vondsten stammen uit de Romeinse tijd, omstreeks het jaar 200, de Bronstijd (1500 v.Chr) en het Mesolithicum (6000 v.Chr).

Zeker al vanaf 1402 heeft Strijp een eigen kerkje, wat toegewijd was aan St.Trudo. De naam Trudo duidt waarschijnlijk op een speciale verbintenis met de abdij van Sint-Truiden. De kerk stond aan de Strijpsestraat op de plaats van het huidige postkantoor. Enige welvarendheid moet er tussen 1400 en 1460 wel geweest zijn, omdat in die periode drie klokken werden aangeschaft: Trudo-, Maria- en Annaklok. Bij gebrek aan een kerktoren hangt men de klokken in een apart luihuis (bellefort).

Luihuis (bellefort) St. Trudo Kerk

Het dorpje Strijp wordt begrensd door de riviertjes Gender, Rundgraaf en Windgraaf. Het ligt erg geïsoleerd zonder een rechtstreekse verbinding met Eindhoven en Zeelst. Vandaar dat invloeden van buitenaf maar moeizaam in deze gesloten boerengemeenschap doordringen. Vlak voor en tijdens de Tachtigjarige oorlog (1568 – 1648) wordt Strijp vaak “bezocht” door rondtrekkende legertjes, hetgeen veel verdriet, ellende en grote armoede teweeg brengt. Op een gegeven moment is de helft van de 900 inwoners zeer armlastig. In 1648 moeten de katholieke Strijpse mensen hun kerk afstaan aan een handjevol protestanten. Voor de uitoefening van hun geloof zoeken ze dan hun toevlucht in een tweetal zgn. schuurkerken in Het Ven. In 1798 krijgen de katholieken hun intussen bouwvallige kerk weer terug.

Strijp raakt langzaam maar zeker uit het isolement door de aanleg van een spoorweg (1866), wegverbinding met Zeelst (1883) en met Eindhoven (1884). Het dorp begint dan snel te groeien, ook door de opkomst van Philips in Eindhoven. In 1800 zijn er 890 inwoners; in 1900 ruim 2000 en in 1920 maar liefst zo’n 7000 Strijpenaren. Ook de beroepsopbouw verandert totaal: van een agrarische gemeenschap naar een voornamelijk industriële.

Tot omstreeks 1900 was Strijp een van de vijf kleine dorpen die rondom het stadje Eindhoven lagen. Het centrum van Strijp werd nog steeds gevormd door het Trudoplein. Rondom het dorpje lag een aantal gehuchten zoals ’t Ven, Schoot, Schouwbroek, Heuvel, Hurk, Sliffert, Welschap en boerenhoeven zoals de Mispelhoef, Lievendaal of Tegenbosch. In hoofdzaak bestonden de gehuchten uit wat boerderijen, terwijl langs de verbindingswegen wat lintbebouwing bestond. Tegen het begin van de 19e eeuw was het gebied grotendeels gecultiveerd door heidebebossingen en ontginningen ten behoeve van de landbouw. Vanaf de negentiende eeuw krijgt de opkomende industrialisatie een steeds grotere invloed op de ontwikkeling van het gebied.

Woonhuis en eerste onderdeel van de sigarenfabriek

Strijp (Eindhoven) Huis van Hendrikus Adrianus Franciscus van Gardinge (circa 1875).
De latere onderdelen van de fabriek zijn vaag te zien op deze foto zoals het puntdak van het tweede woonhuis en tussenstuk van de oude spijkerfabriek.

H. van Gardinge & Co Eindhoven

De nieuwe fabriek komt te liggen aan de spoorlijn en aan de huidige Mathildelaan. In die periode is dat nog een landelijk gebied en aan de zandweg naar Strijp gelegen.  In 1875 koopt van Gardinge het daar en in 1870 gebouwde woonhuis met een spijkerfabriek. Hij  bouwt deze spijkerfabriek om naar een sigarenfabriek. In 1883 wordt aan de achterzijde van de fabriek een stoommachine gebouwd.  Opvallend dat het brievenhoofd of promotiefolder H. van Gardinge gebruikt? (Henri?)
In 1862 is de fabriek waarschijnlijk gestart in het huis de blaauwe Pijp. In 1864 verhuist de productie naar de  Volderstraat en nogmaal in 1869  een verhuizing naar een nieuw gebouw aan de Demer.  Daarna is de firma zo’n 50 jaar gevestigd  aan de Strijpsche weg / Strijpseweg, later Spoorstraat genoemd en de huidige Mathildelaan

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Strijp te melden:

Strijp

Den 24 augustus 1899 bezocht ik de gemeente Strijp, ik reed van Eersel over Veldhoven en Gestel naar Eindhoeven, alwaar ik ontbeet in het logement het Posthuis bij Madame Schellens; vandaar ging ik naar Strijp; vervolgens naar Gestel, om ten slotte over Eindhoven naar Den Bosch terug te keren.

Het raadhuis in deze gemeente is allerongelukkigst ingericht; het bestaat uit ééne kamer, onder één dak met de veldwachterswoning en de roomboterfabriek. Van den burgemeester vernam ik, dat hij hoopte mij over 4 jaar in een nieuw gebouwd raadhuis te kunnen ontvangen. Van de 7 raadsleden wonen er 4 op het Schouwbroek, 2 aan de Hurk en 1 op het Schoot.

Werkelijke armoede is in Strijp onbekend, de woninghuur is kort bij Eindhoven duur: f. 1,75 á f. 2,-. Wanneer men verder van Eindhoven gaat, wordt de woninghuur langzamerhand lager tot f. 1,- of f. 0,75. Die goedkoopere woningen zijn evengoed als de duurdere; in den regel behoort er meer grond bij. Tusschen Strijp en Zeelst staan geen speculatief gebouwde woningen meer. Bij de laatste raadsverkiezing behoefde geen stemming plaats te hebben.

Op mijn audiëntie verscheen niemand dan het hoofd der school; het was juist vacantie, ik kon dus zijn school niet bezoeken. De secretaris had in zijne administratie veel veranderd en verbeterd ten gevolge van door mij in 1895 gemaakte opmerkingen. De burgemeester is de ongegeneerdheid in persoon; toen het schoolhoofd wat lang bleef praten kwam hij binnen, om me te zeggen, dat de wethouders en hij klaar waren (ze waren koffie gaan drinken) en dus weer zouden kunnen ontvangen worden. De onderwijzerswoning, voor 15 jr nieuw gebouwd, is zoo vocht, dat men zich nu eene uitgave van ± f. 1.000 getroost heeft, om aan dat gebrek tegemoet te komen.

Den weg van Strijp naar Zeelst wilde men beplanten met heesters; men aarzelde over de keuze van de heesters; de uitgave zou f. 1.000 bedragen. Men wilde de kosten vinden door geldbelening, af te lossen na het aflossen der groote lening, dus nà 1918; ik opperde daartegen bedenkingen.

De burgemeester van Strijp had in der tijd moeielijkheden inzake het begraven van een kinderlijkje op de algemeene begraafplaats; Minister Geerstema eischte, dat de begrafenis zou plaats hebben; de pastoor weigerde het lijk toe te laten; G.S. werden erin gemengd, er ging eene Commissie heen met dr. Van der Steen aan het hoofd; Uilenspiegel gaf daarover later vele aardigheden. Alvorens de zaak tot eene beslissing was gebracht, viel het ministerie Geertsema; de opvolger, mr. Heemskerk gaf den burgemeester gelijk, of berustte ten minste in de zaak.

De burgemeester gaf erg af op het openbaar onderwijs en decreteerde, dat het onderwijs van de zusterscholen oneindig veel beter was; hij was zelf niet getrouwd, sprak dus niet uit eigen ondervinding, maar had het gehoord van zijn broer den pastoor; deze verklaarde, dat hij nog geen jongen van de openbare school had gekregen die, tegen den tijd, dat hij moest aangenomen worden, lezen kon! Enz. enz.

Den 25 juni 1903 kwam ik weer in Strijp; ik reed er vanuit Eindhoven heen, bracht vervolgens een bezoek aan Gestel; en keerde vandaar naar Eindhoven terug. De bevolking accresceert vrij sterk; uitsluitend ten gevolge van de nabuurschap van Eindhoven, met zijne fabrieken. Men verlangt naar eene grenswijziging, waarbij een gedeelte van Strijp naar Eindhoven overgaat; dan zal men ontlast worden van groote zorg voor armen, van bovenmatige kosten voor onderwijs enz. enz. Dan zal ook ophouden de strijd, tusschen de oude boerenbevolking eenerzijds, en de fabrieksarbeiders met hunne zoo geheel tegenovergestelde belangen anderzijds. Op den duur worden de fabrikanten met hun talrijk personeel arbeiders baas.

Natuurlijk geheel ten onrechte verweten B. en W. den strijd bij gemeenteraadsverkiezingen aan kwade gezindheid van de fabrikanten; B. en W. miskenden den dieperen grondslag welke aan het bestaand antagonisme ten grondslag ligt. Bij de laatste raadsverkiezing had de fabrikant Jo Elias (een Israeliet) zich erg geweerd; er was gestemd, er was bij die stemming veel bier gedronken, door Elias gegeven. Bij de aanstaande raadsverkiezing zou het er om gaan om den wethouder Van Tuijn, den overbuurman van Elias, te laten vallen. Van Tuijn, die dertig jaren raadslid is, zag zich zeer ongaarne aan den dijk gezet. Oorspronkelijk bestond er eene particuliere quaestie tusschen Elias en Van Tuijn; die zal nu uitgevochten worden op een haar geheel vreemd terrein, op het terrein der gemeenteraadsverkiezingen. Volgens Elias moet er jong bloed komen in den raad, en moeten de gemeentebelastingen lager worden; bepaalde grieven tegen het bestuur heeft hij echter niet.

Niettegenstaande de uitgebreide fabrieksbevolking is de zedelijkheid vrij goed. Op 97 geboorten kwam in 1902 één onwettig kind voor; van de 12 huwelijken was er één ‘gedwongen’. In 1902 kwam er eene verordening op het herhalingsonderwijs tot stand; slechts tien jongens konden daarvan profiteeren; de sigarenmakers zoowel als de textielarbeiders moeten zelve gedaan nemen, wanneer ze hunne leerjongens laten gaan.

De gemeente heeft nogal bezittingen; plusminus 75 hectare bosschen; heide wordt niet meer ontgonnen; men bepaalt zich tot het onderhoud der bestaande bosschen. Sommige dennenbosschen werden gezaaid in de heide; deze groeien slecht; men kapt ze, bewerkt behoorlijk den grond en plant weer dennenbosch in; groeien dan de dennen niet, dan maakt men er schaarhout van, elzenhout of berk. Het onderhoud van den keiweg Strijp-Zeelst (ongeveer 4 ½ kilometer) kost der gemeente jaarlijks gemiddeld f. 500.

De bevolking is overwegend Katholiek; op ongeveer 2.500 zielen komen ongeveer honderd Protestanten en ongeveer tien Israelieten (vier huishoudens, waarvan drie gezinnen Elias). De Algemeene begraafplaats ligt op de Engelsbergen, tusschen Strijp en Gestel. Een bepaalde armendoctor is er niet; de gemeente betaalt den doctor en laat de keuze van den doctor aan de arme patienten. De veldwachter krijgt geen gratificatie; heeft geen vrije woning of andere voordeelen; zijn tractement bedraagt f. 300. Cynisch merkte een der wethouders op, dat de veldwachter ongehuwd moest blijven, omdat hij van zijn tractement niet bestaan kon. Geen processen-verbaal wegens overtreding leerplichtwet.

Algemeen armbestuur heeft eene jaarlijksche inkomst van plusminus f. 1.000. Vroeger gedwongen winkelnering bij een thans overleden meesterknecht van Elias; met diens overlijden hield de gedwongen winkelnering op.

Den 4 Maart 1907 kwam ik weer in Strijp; vanuit Den Bosch bezocht ik eerst Gestel, toen Zeelst en eindelijk Strijp, waarna ik naar Den Bosch terugkeerde. De schoone belofte van een nieuw Raadhuis ging nog steeds niet in vervulling; op mijne vragen kreeg ik enkele projecten te zien, drie in getal, waarvan de kosten varieerden tusschen f. 1.200 en f. 1.750. Men vond echter alles te duur, en wilde daarom nog maar wat wachten en de zaak voorloopig laten zooals ze was. Ik dreigde de Heeren dat de gemeente spoedig drieduizend zielen zou hebben, en dat er dan geen plaats was in de secretarie-raadszaal om elf menschen te bergen, waarop men mij antwoordde, dat men dan nog altijd den tijd had tot de volgende tienjaarlijksche volkstelling.

De nieuwe ontvanger heet beter berekend voor zijn taak dan zijn voorganger; hij werkt zelfstandig, en kan zonder hulp zijne boeken enz. in orde houden. Strijp beplant den weg Zeelst-Strijp-Eindhoven met iepen heesters; hoewel de boompjes goed groeien, stelt men zich van de finantieele resultaten niet heel veel voor, omdat iepenhout, op grond als die te Strijp gegroeid, weinig waard schijnt te worden. Vooral dergelijke iepen mogen in hun vollen wasdom niet gerooid, omdat het hout dan niets waard is; eerst wanneer de boomen rijp zijn, niet meer groeien, bijna sterven, wordt het hout goed.

Bij de laatste raadsverkiezingen ging het kalm toe, en werden de leden bij candidaatstelling gekozen verklaard; de oude wethouder Vogels gaat nu bedanken; men vreest nu weer spektakel en groote wrijving bij de verkiezing van een nieuw raadslid.

Van herhalingsonderwijs wordt zoo goed als geen gebruik gemaakt; aan den loopenden nemen slechts vier kinderen deel. Men wil nu trachten voor de jonge boeren een landbouwcursus in het leven te roepen; het schijnt echter heel moeielijk om aan ene goede leerkracht te komen. Van de onderwijs inrichtingen in Eindhoven (ambachtsschool enz.) wordt door bewoners van Strijp zoo goed als geen gebruik gemaakt; Strijp steunt die inrichtingen finantieel niet. De gemeente heeft plusminus 130 hectare eigendom; waarvan plusminus 70 hectare bosch, van geen al te goede hoedanigheid.

Sigarenfabriek van Van Gardinge, ca. 1910

Ik verleende audiëntie aan den sigarenfabrikant Van Gardinge; hij kwam zijne opwachting maken en mijn hulp inroepen om een tusschen zijn erf en de spoorbaan liggend voetpad tot een rijweg te verbreeden en te verharden; ik verwees hem deswege naar het gemeentebestuur van Strijp. Blijkbaar was het zijne bedoeling om daar bouwterrein te verkrijgen.

Den 8 Mei 1911 kwam ik weer in Strijp; later bezocht ik nog Zeelst en Oerle. Het Raadhuis is vrij goed verbouwd; er is thans eene kamer voor de secretaris en eene raadkamer; boven is er nog een kamer voor verkiezingen, voor vergaderingen van verschillende commissies enz. Burgemeester Vogels kreeg met ingang van 1 Juni 1911 eervol ontslag; hij fungeerde heden dus nog als burgemeester. Wethouder Van Tuijn was ziek; ik had moeite om met den burgemeester en wethouder Aarts (een timmerman) den tijd vol te praten.

Er is nog steeds veel ruzie en partijschap; voor korten tijd werd er eene kiesvereeniging opgericht; men zal moeten afwachten, of deze zooveel invloed zal hebben, dat bij de aanstaande gemeenteraadsverkiezing hare candidaten bij enkele candidaatstelling gekozen worden. Moeielijkheden met de firma Carl Francke te Bremen over de schadeloosstelling, door haar aan de gemeente verschuldigd, omdat zij geene gasfabriek zal bouwen. Gemeente zal, op advies van mr. Swane, wel eindigen met in eene procedure gewikkeld te worden.

Het Rijk geeft een groote extra subsidie in de kosten van schoolbouw; men vreest, dat binnenkort nog eene openbare school zal moeten gebouwd worden ten behoeve van de arbeiders van Gebroeders Philips, die in Strijp komen wonen; voor hen zijn thans weer zestig woningen in aanbouw, terwijl er nog honderd binnenkort zullen volgen. De minste woninghuur door Philips berekend, zou f. 2,25 bedragen.

De rivier de Gender wordt slecht geveegd; men ondervindt daardoor veel schade; ook Eindhoven doet veel kwaad, doordat het water te lang wordt opgehouden, alvorens het door te laten stroomen. De gemiddelde verdiensten van de arbeiders zijn niet groot; een sigarenmaker maakt f. 1; een linnenwever kan geen gulden daags halen. Na de groote staking bij Philips werden honderden arbeiders lid van den R.C. Werkliedenbond te Eindhoven. Thans is de ijver aanmerkelijk verslapt, en zouden er in Strijp geen leden meer zijn. Gedwongen winkelnering is er heelemaal niet.

Vijf kinderen volgden in den afgeloopen winter het herhalingsonderwijs. Twee jongens gingen naar de Ambachtsschool te Eindhoven. Het hoofd der school te Zes Gehuchten gaf gedurende de twee laatste winters een landbouwcursus; deze werd met veel ambitie gevolgd door een beduidend aantal leerlingen. Men heeft geen bezwaar tegen de grensregeling met Eindhoven; integendeel, men is er van overtuigd, dat die komen moet en noodzakelijk is.

Den 26 Juni 1916 bezocht ik per auto vanuit Eindhoven de gemeenten Strijp en Zeelst. Door de groote vlucht van de industrie om en bij Eindhoven, vooral door de fabrieken van Philips, veranderde de gedaante van het landelijke Strijp ten eenenmale. Van 3.155 in 1911 klom het zielental tot 5.006 in 1916; nu, den 26 Juni 1916 bedraagt het reeds 5.800, terwijl Philips weer begonnen is met den bouw van 140 woningen, welke evenwel in 1916 nog niet betrokken zullen worden. In Strijp staan op het oogenblik 295 woningen van Philips; voor bestrating en rioleering zorgt Philips; voor verlichting de gemeente.

Eene beslissing inzake de annexatie is bitter noodig; Strijp kan op deze manier niet blijven bestaan; de toevloed van arbeiders neemt reusachtige proporties aan. Allerlei belangen van algemeenen aard vragen dringend om behartiging. Aanleg van straten, schoolbouw, woningen, armenzorg, onderwijs, bestrating, rioleering, politie enz. enz. moeten van algemeen standpunt worden bekeken; reeds vóór jaren had eene annexatie moeten tot stand komen. B. en W. meenen, dat het belang van het complex gemeenten vordert, dat heel Strijp geannexeerd wordt. Zij vreezen echter, dat de boeren uit Strijp die kort bij Zeelst wonen, daarmede slecht gebaat zullen zijn, dat zij nl. hooge belasting zullen moeten betalen, en moeielijk iets in hun belang gedaan zullen kunnen krijgen. Voor wat die hooge belasting betreft, stelde ik de Heeren gerust; rijke menschen wonen daar niet; de aanslag voor kostwinnende boeren kan uit den aard der zaak niet groot zijn.

Het Raadhuis is veel en veel te klein; maar wat moet men in de tegenwoordige omstandigheden doen? Voor de heele gemeente is er één veldwachter! Die man kan niet veel doen. De burgemeester klaagde, dat meisjes van veertien jaar zoo goed als geheel ontkleed op straat wandelden! De glasblazers, die voor de glasfabriek van Philips uit Maastricht kwamen, staan zedelijk bijzonder laag. Het drankmisbruik neemt zeer sterk toe, vooral door die Maastrichtenaars; ook hun vrouwen drinken veel, zoowel in de herbergen als tehuis. In minstens vijftig woningen zitten twee gezinnen; de huishuur bedraagt van f. 1,50 tot f. 2,50. Het minste bedrag, dat voor de woningen van Philips betaald wordt is f. 2,50. In de duurdere woningen f. 2,50 tot f. 3,75 wonen de klerken, opzichters enz.

Glasblazers in de glasfabriek van Philips, 1916

De moraliteit is vrij goed; 10% gedwongen huwelijken. De kindersterfte is groot; vooral doordat de vrouwen hare kinderen niet zelve voeden, op de fabrieken gaan werken en haar huishoudens á l’abandon laten. De geest van het werkvolk is vrij goed; tegen één lid van den Bestuurdersbond zullen er zes lid zijn van den R.C. Volksbond.

In Strijp wordt herhalingsonderwijs gegeven; de landbouwcursus wordt met groote belangstelling gevolgd; evenzoo de Hanzecursus in boekhouden. 210 vrouwen en meisjes werken op fabrieken in Strijp; ongeveer 400 op andere fabrieken. Sterk aangedrongen op de oprichting van eene volkshuishoudschool. Men heeft daar blijkbaar wel ooren naar. Geen gedwongen winkelnering; evenmin coöperatieve winkels. Drie arbeiders (opzichters van fabrieken) zijn lid van den gemeenteraad.

Zielzorg: Het is hoog noodig, dat er een tweede parochie komt; Monseigneur zegt, dat hij geen geld heeft. Woningen: volgens de bouwverordening moeten de woningen minstens vijftig vierkante meter oppervlakte hebben. Voor woningen met verdieping wordt dat te duur; dat werkt bovendien het wonen van twee gezinnen in ééne woning in de hand. Men zal daarom gaan voorschrijven, dat verdiepingwoningen met veertig vierkante meter oppervlakte kunnen volstaan; voor de andere woningen wil men de vijftig vierkante meter handhaven.

Linnenfabriek van Elias, ca. 1920

Bekwaamheid arbeiders: de wevers hebben terecht altijd een goeden naam gehad; zij worden nog beter, doordat zij de textielschool te Eindhoven bezoeken. De sigarenmakers zijn niet voldoende ontwikkeld, om goede handwerkers genoemd te kunnen worden. Fabriek Elias: de loonen op de fabriek zijn laag; toch geen groot verloop van volk, omdat het toezicht in die fabriek scherp, de moraliteit van het volk groot is. De geestelijken maken geen bezwaar, wanneer de ouders hunne kinderen naar die fabriek willen zenden.

Fabrieken Philips: de witglasfabriek werkt thans met ongeveer honderd menschen, deels uit Leerdam, deels uit Maastricht. Het volk uit Maastricht is echt schorriemorrie. Als de zaak goed blijft gaan, dan moet de witglasfabriek verzesdubbelen. Rondom de witglasfabriek, en verder noordelijk in de richting van Oirschot koopt Philips alle gronden aan, die hij krijgen kan. Zoo aan den Eindhovenschen dijk het Zwarte Huis van de Heeren Houben te Tilburg, plusminus honderd hectare voor f. 50.000. Voor de gronden in Strijp betaalt hij tot f. 6.000 de hectare. Naar men zegt, is hij voornemens een kanaal te graven in de richting Best-Oirschot, tot verbinding met het Wilhelminakanaal.

Lievendaal

De naam Lievendaal bestond tenminste al in 1551. Uit die tijd is een acte bekend waarin de overdracht van onroerend goed beschreven wordt. De Lievendaal was toen een boerderij met landbouwgrond, stallen e.d. Rond 1700 bestond Lievendaal uit twee boerderijen aan weerszijden van een toegangsweg. Rechts heette Groot Lievendaal en links Klein Lievendaal. Groot Lievendaal was een statige boerderij omsloten door een gracht. Op de vroegere landerijen van de Lievendaal werden onder andere Aireywoningen gebouwd. Het noordelijke deel van het gebied werd ingericht als Philips-van Lenneppark. Op de meer zuidelijk gelegen gronden, nu tot de wijk ’t Ven behorend, werd later het Evoluon gebouwd. De boerderijen zelf lagen op de plek waar nu het gemeenschapshuis Lievendaal en de Lidl supermarkt staan. Vroeger stond op de plek van de supermarkt de sporthal Lievendaal. De boerderijen waren eertijds te bereiken via de Klauwierstraat (de huidige Bredalaan), die doorliep tot aan de Strijpse heide. Ter hoogte van de huidige Damhouderstraat kon men rechtsaf richting de boerderijen­. In 1929 is het complex gekocht door de NV Philips, die de boerderijen verhuurde. Aan de Welschapsedijk stonden vroeger enkele schuren en boerderijtjes, o.a. de gemeente­boerderij nr 1, thans “De Dijk”. Voor het overige bestond Lievendaal uit bos en woeste grond.

In 1930 waren er voor het eerst plannen om het woongebied Lievendaal te bebouwen. Het Algemeen Uitbreidingsplan van de Casseres voorzag in woonbebouwing van Lievendaal en ’t Ven, ongeveer zoals later is gerealiseerd. Het overige gebied (met name Philips van Lenneppark) was bestemd voor industrie. De Tilburgseweg zat nog niet in dit plan. Het verkeer naar Tilburg zou volgens dit plan gewoon over de Oirschotsedijk gaan. Wel waren opgenomen het kanaal en de (latere) Noord Brabantlaan naar Veldhoven. Aan de aanleg van het kanaal is in 1930 begonnen en het werd in 1940 in gebruik genomen. Ook in 1930 werd de Noord Brabantlaan aangelegd vanaf de Zeelsterstraat tot aan de Bredalaan, omstreeks 1947 volgde het gedeelte tot aan de Oppenheimstraat en in 1960 het gedeelte tot de ringweg, die toen werd aangelegd vanaf de Koenraadlaan tot Zeelsterstraat.

In 1941 werden ten noorden van het stukje Noord Brabantlaan de 29 woningen Noord Brabantlaan 90 t/m 146 gebouwd. Ze waren bestemd voor Duitse officieren die op Welschap gelegerd waren. In 1950 werden ze omgebouwd, althans herbestemd voor burgergebruik. De Noord Brabantlaan werd omstreeks 1950 doorgetrokken tot aan de huidige ringweg, die hier pas omstreeks 1960 werd aangelegd. In 1948 volgde het complex van 248 woningen Merulastraat (de “rode” bouw, oftewel BBB­-woningen; Bredero’s Bouw Bedrijven), in 1949 de 232 Airey-woningen en in 1951 de 212 Polynorm-woningen. Deze drie complexen zijn door Philips gebouwd, en later overgedragen aan Woningstichting Hertog Hendrik van Lotharingen. Zie ook Philips Courier aug 1950 Eind vijftiger jaren werden “Klein Strijp” en “Welschap” gebouwd door het Mijnwerkers-pensioen­fonds. Uit 1958 stamt de Maria Regina-kerk, waarvan alleen de toren nog is overgebleven. Toen kapelaan Hurkmans als bouwheer werd benoemd voor de te bouwen Maria Reginakerk in de lievendaal is daar door de jongelui uit de BBB-woningen papier verzameld voor de bouw van de kerk en een deel is geschonken door een grootgrond bezitter waarvan ook de boerderij Lievendaal van was. De 216 flats aan de Welschapsedijk werden in 1960 gebouwd door Van der Meyden beton uit Veghel.